War of the Worlds Herbert George Wells

Het verhaal speelt zich af in Engeland op het einde van de 19de eeuw. Het boek opent met de melding dat de aarde nauwlettend in de gaten wordt gehouden door buitenaarde wezens op Mars. Deze Martianen zijn verder geëvolueerd dan ons en hebben een grote intelligentie.

Het hoofdpersonage, Wells (?), ziet op een avond door de telescoop van de astronoom Ogilvy een explosie op het oppervlak van Mars. Eerst denkt hij dat dit een gigantische vulkaanuitbarsting is, maar later wordt duidelijk dat de explosie veroorzaakt werd door de lancering van de eerste cilinder uit een reeks van zeven. Deze cilinder stort een aantal dagen later neer op aarde, in de buurt van het dorpje waar Wells woont. Een horde toeschouwers verzamelt zich rond de krater, en snel wordt duidelijk dat er levende wezens in de neergestorte cilinder zitten. Na een poos slagen de Martianen erin om hun capsule te openen. Een aantal mensen, waaronder Oglivy, ondernemen een toenaderingspoging en bekopen dit met hun leven wanneer er plotseling een zeer felle hittestraal uit de krater wordt afgevuurd die alles in zijn pad verschroeid. De dagen daarop laten de Martianen zich niet zien en stijgt er een mysterieuze groene rook op uit de krater. Ondertussen storten er een tweede en derde cilinder neer.

Na een paar dagen van stilte en verwarring komen de Martianen voor het eerst uit hun krater in een gigantische driepotige machine die ze hebben geassembleerd. Het leger, dat zich ondertussen had verzameld rond de krater, probeert de machine tegen te houden maar wordt volledig vernietigd door een hittestraal. Wells ziet dit en vlucht onmiddellijk met zijn vrouw naar een nabijgelegen dorp terwijl het leger in volle paraatheid wordt gebracht.

Er worden nog meer vechtmachines geassembleerd waarvan het leger één succesvol kan vernietigen. De technologie van de buitenaardse wezens kent echter zijn gelijke niet in de primitieve oorlogstuigen van de mens en het Engelse leger wordt gestaag teruggedrongen. Ondertussen heeft Wells zijn vrouw achtergelaten bij familie en is teruggekeerd naar zijn dorp. Maar de driepotige machines hebben het gebied tegen dan al onder controle en Wells kan niet naar zijn vrouw terugkeren. De dagen die daarop volgen probeert Wells naar Londen te vluchten en komt op zijn weg een aantal andere vluchtelingen tegen waaronder een soldaat en een mentaal labiele priester. Hij ontsnapt een aantal keer nipt aan de dood en schuilt ook lange tijd in een huis vlakbij een krater met Martianen. Uiteindelijk bereikt hij Londen maar bespeurt er geen enkele levende ziel. Wells vindt er ook de lijken van een aantal Martianen. Later zal blijken dat alle Martianen zijn gestorven aan een aardse bacterie.