Bloed, zweet en tranen… en opeens sta je oog in oog met het boegbeeld van het Nederlandse levenslied, André Hazes. De kleine jongen, Dré Hazes, aan zijn zij met in zijn hand het touw van de vlieger.


André Hazes werd geboren in de Gerard Doustraat 67-III te Amsterdam, en bracht zijn jeugd door in de volkswijk De Pijp. Zijn zangtalent werd op 5 mei 1959 ontdekt door Johnny Kraaijkamp sr., toen André op de Albert Cuypmarkt stond te zingen. Hierna werd hij door Kraaijkamp als kindsterretje gelanceerd in het televisieprogramma AVRO's weekendshow. Er werd een single uitgebracht (Droomschip), maar de kleine Hazes brak niet door.

In 1976 werd Hazes voor de tweede keer ontdekt; deze keer door Willy Alberti. Nadat hij eerder aan de kost was gekomen als fabrieksarbeider, lichtmatroos, boekbinder, bloemenbesteller, fietsenmaker, schoorsteenveger, slagersknecht, bouwvakker, grondwerker, sloper, diskjockey, marktkoopman en kelner, werkte Hazes op dat moment als barkeeper in café "De Krommerdt". Zingen beschouwde hij als hobby. De plaat Eenzame Kerst was zijn eerste hit en geproduceerd door Job Maarse voor Phonogram, In de Nationale Hitparade steeg het van de zestiende naar de eerste plaats. De opvolgers Mamma en De vlieger waren bescheiden successen. In de Nationale Hitparade steeg het van de zestiende naar de eerste plaats. De opvolgers Mamma en De vlieger waren bescheiden successen.

Bij platenmaatschappij EMI waar hij in 1980 een exclusief contract tekende nam hij met producer Tim Griek de nummers n Vriend, Een beetje verliefd op en het bijbehorende album Gewoon André. Met Een beetje verliefd brak hij definitief door bij het grote publiek. In de jaren daarop volgde een reeks hitsingles, discotheekoptredens en Ahoy-gala's. In 1984 had hij bij de VARA korte tijd een eigen televisieserie, het niet bijster populaire Zoals u wenst mevrouw. Vanaf 1988 had hij regelmatig hits met lofzangen op het Nederlandse nationale voetbalelftal. In 1988 bracht Hazes het album Liefde, leven, geven uit en in 1989 het album Dit is wat ik wil.
In de loop van de jaren 90 consolideerde Hazes na het overlijden van Tim Griek zijn succes onder leiding van de producers Jacques Verburgt en John van de Ven ("Sjaak en Sjon"), welke vanaf de start van zijn contract met EMI bij zijn opnames als arrangeur en technicus betrokken waren. Hij kwam daarnaast steeds vaker in het nieuws vanwege de funeste invloed die zijn levenswijze op zijn gezondheid had; Hazes werd een paar keer in het ziekenhuis opgenomen. Met name onder roddeljournalisten werd het steeds populairder om Hazes als een drankorgel af te schilderen. Zelf gaf hij te kennen dat hij zich wel eens ergerde aan vertegenwoordigers van de pers die negatieve berichten over hem publiceerden.
In 1999 kende de carrière van Hazes de zoveelste opleving door zijn rol in een reclamespotje en door een documentaire van John Appel, getiteld Zij gelooft in mij (film). De film liet Hazes zien als een constant door onzekerheid geplaagde artiest, die in tijden van spanning een grote belasting voor zijn omgeving vormde. De huwelijksperikelen die hiervan het gevolg waren, doken regelmatig op in de roddelpers, waarin Hazes nu behalve als drankorgel ook als slechte echtgenoot werd afgeschilderd.
In 2001 was hij te zien in een gastrol in de voetbalkomedie All Stars, in de aflevering "De geur van kampioenen".