Het Monster van Frankenstein Mary Shelley

Het verhaal begint als kapitein Walton op zijn schip ten noorden van de poolcirkel, op de Noordpool vast komt te zitten in het ijs. Samen met zijn bemanning ziet hij in de verte een figuur met een hondenslee over de ijsvlakte trekken. De dag erna, als het ijs terug gebroken is en de boot van Walton vrijkomt, wordt een tweede hondenslee opgemerkt, ronddrijvend op een ijsschots. De uitgehongerde en zieke man die deze hondenslee bestuurt blijkt Victor Frankenstein te zijn. Hij wordt aan boord gehaald en vertelt zijn levensverhaal:

Op jonge leeftijd al verlaat de intelligente en nieuwsgierige Victor Frankenstein zijn geliefde familie in Zwitserland om te gaan studeren in Duitsland. Tijdens zijn onderzoekingen ontdekt hij een manier om levenloos materiaal tot leven te brengen. Met grote geestdrift werkt hij aan zijn vinding en tracht op die manier een vriend en metgezel te scheppen. Hij gebruikt hiervoor materiaal afkomstig van diverse lijken. Hierbij streeft hij naar schoonheid. Groot is dan ook zijn ontzetting als het schepsel tot leven komt en verre van volmaakt blijkt te zijn. Hoewel het niet onvriendelijk is en zelfs naar hem glimlacht, ontvlucht Victor in paniek zijn laboratorium. Het schepsel verdwijnt.

Frankenstein werkt hard door aan zijn studie en wordt door oververmoeidheid langdurig ziek. Na zijn herstel krijgt hij een brief van thuis, waarin hem wordt verteld dat zijn jongste broer is vermoord. Meteen reist hij af naar Zwitserland. In de buurt van Genève aangekomen ziet hij het schepsel en raakt ervan overtuigd dat het zijn broer heeft gedood. Het monster vertelt hem later dat het doden van de kleine William min of meer per ongeluk was gegaan; hij wilde dat William niet zou schreeuwen. Hij vertelt ook dat hij veel heeft geleerd door het bekijken en bestuderen van een familie. Zo leerde hij lezen en kwam erachter dat hij door Frankenstein was gemaakt, alsook waar de familie van Frankenstein zich bevond.

Bij thuiskomst blijkt de meid Justine van de moord beschuldigd te zijn. Zij wordt veroordeeld en terechtgesteld. Om van de slag te herstellen gaat Frankenstein de bergen in en ontmoet zijn schepsel op een gletsjer. Het monster blijkt intussen goed te kunnen spreken en beschrijft zijn opeenvolgende gevoelens van verwarring, afwijzing en haat. Hij verklaart te hebben leren spreken door een gezin door een gat in de muur te observeren. In het geheim beloonde hij hen daarvoor met goede daden, maar toen zij hem ontdekten, verjoegen ze hem. Ieder die hem ziet reageert op dezelfde manier. Nu heeft hij echter nog maar een wens: hij vraagt Frankenstein een vrouw voor hem te scheppen. Deze stemt hierin toe, maar halverwege het proces vernietigt hij dit nieuwe schepsel uit angst dat het een kwaadaardig wezen zou worden en anderen pijn zou doen. Het monster reageert hierop met het doden van Frankensteins beste vriend. Op de avond van Frankensteins bruiloft doodt hij ook diens vrouw. Van verdriet sterft ook de vader van Frankenstein, en blijft Victor dus alleen over. Hierop jaagt Victor zijn monster op en volgt het tot aan de ijsvlakte rond de noordpool.

Daarmee is het verhaal weer op het punt waar het begon. Die avond sterft Frankenstein aan boord van het schip aan de gevolgen van de ontberingen die hij heeft geleden. Niet veel later komt ook het monster aan boord van het schip. Hij betuigt zijn grote spijt over wat hij zijn schepper en andere mensen heeft aangedaan. Hij zweert zelfmoord te zullen plegen en verdwijnt.