Don Quichot Miguel de Cervantes

Alonso Quisana is dol op ridderromans en besluit zelf ook op avontuur uit te gaan. Omdat Alonso Quisana een eenvoudige naam was veranderde hij zijn naam in Don Quichotte de La Mancha. Hij haalde een oud, mager paard uit de stal en noemde het Rosinant. Nu had hij alleen nog een adellijke jonkvrouw nodig. Hij kende een aardig meisje dat in Toboso woonde, ze heette Aldonzo Lorenzo. Hij veranderde haar naam in Donna Dulcinea van Toboso en ging op pad. In totaal maakte hij drie tochten. In de laatste twee tochten ging Sancho Panza mee. Een boer uit het dorp die meeging als schildknaap omdat Don Quichotte hem een eiland beloofde als hij meeging. In de drie tochten beleefden ze veel avonturen; Don Quichotte vocht tegen monniken die hij aanzag voor boze tovenaars, hij vocht met windmolens die hij voor betoverde reuzen hield( daarbij verloor hij een stuk van zijn oor), en daagde leeuwen uit. Don Quichotte bevrijdde een stel galeiboeven die hem meteen overvielen toen ze vrij waren en zo beleefde hij nog meer. Zijn huishoudster en nicht waren bezorgd over hem en bedachtten een valstrik om hem weer naar huis te lokken. Hun plan werkte en Don Quichotte was weer veilig thuis.