De Klokkenluider van de Notre Dame Victor Hugo

Het verhaal speelt zich af in de Middeleeuwen.
Quasimodo, de klokkenluider van de Notre-Dame, is een misvormde, dove en slechtsprekende dwerg. De bultenaar wordt vanwege zijn afzichtelijk uiterlijk door iedereen gehaat en gevreesd. Dit is echter een misverstand. Van de 3 hoofdpersonnages Esmeralda, Frollo en de bultenaar zelf kan Quasimodo toch wel beschouwd worden als het hart. Reeds van bij de geboorte werd hij gekweld met een enorme bochel en zelfs zijn eigen moeder moest niets van hem hebben. Ze smeet hem dan ook als vondeling in het voorportaal van de kathedraal. Hij werd gevonden door de geestelijke Frollo die zijn opvoeding voor zich neemt.
Frollo is zo stoïcijns dat hij niet ingrijpt als de klokkenluider openlijk wordt vernederd en gemarteld. Het enige dat voor de priester telt is de mooie, jonge zigeunerin Esmeralda op wie hij een oogje heeft.
Niet alleen Frollo is geobsedeerd door Esmeralda, maar ook Quasimodo voelt een diepe liefde voor haar omdat zij de enige was die het publiek trotseerde om hem een beetje water te geven. Hoeveel medelijden ze ook heeft met de gebochelde klokkenluider toch voelt ze een diepe afkeer als hij haar hand probeert te kussen.
Frollo daarentegen wordt gek van liefde want Esmeralda houdt van een knappe soldaat, Phoebus genaamd, die haar ooit eens geholpen heeft. Frollo denkt: “Als ik Esmeralda niet kan krijgen, dan krijgt niemand haar.” Hij laat Esmeralda oppakken voor hekserij en veroordeelt haar ter dood.
Maar terwijl Esmeralda naar de galgen wordt geleid, komt Quasimodo uit zijn toren. Hij kan haar redden en neemt haar mee naar de Notre-Dame. Spijtig genoeg wordt Esmeralda daarna wel weer opgepakt en sterft ze uiteindelijk toch aan de galg.
De klokkenluider is radeloos. Hij vermoordt de priester die verantwoordelijk is voor haar dood en hij besluit zelfmoord te plegen. Met het lijk van de zigeunerin in zijn armen sterft hij.