Aladin en de wonderlamp

Aladin is de zoon van een kleermaker. Deze kleermaker is overleden en Aladin overleeft door als zwerver overal te stelen. Op een gegeven moment komt er een tovenaar in het dorp waar Aladin woont. Hij claimt zijn oom te zijn en neemt hem mee op reis. In de woestijn laat hij hem afdalen in een grot met slechts 1 opdracht. Haal de lamp op en raak onderweg niets aan. Overweldigd door alle rijkdom die Aladin ziet neemt hij naast de lamp ook zakken vol goud en edelstenen mee. De tovenaar raakt hier zo boos over dat hij de toegang tot de grot sluit en Aladin zit opgesloten.

Gelukkig heeft Aladin een magische ring van de tovenaar gekregen. Deze mocht hij gebruiken als hij in nood zat. Hij draait aan de ring en een geest verschijnt. Deze geest mag een wens vervullen. Aladdin wenst dat hij weer thuis was. Thuis toont hij de schatten aan zijn moeder en ook de lamp. Op een dag maakt moeder schoon en poetst zij ook de lamp. Het blijkt een wonderlamp. Er verschijnt namelijk een Djinn (of ook wel een geest). Deze vervult wensen. Hij helpt hen steeds weer uit de zorgen.

Dan, op een dag, ziet Aladin de prinses van de Sultan. Hij wordt op slag verliefd en vraagt de Sultan om de hand van zijn dochter. De Sultan zegt toe als hij kan aantonen dat hij rijk is. Hij moet zeven schalen met diamanten brengen en een paleis bouwen om samen in te wonen. Met een paar keer wrijven op de wonderlamp lukt dat. Maar dan komt opeens de tovenaar weer in beeld. Hij weet Aladdin de wonderlamp af te nemen en laat het paleis met daarin de prinses naar Afrika verplaatsen. Aladin kan de geest in de wonderlamp niet meer oproepen.

Gelukkig heeft hij nog wel de ring. Aladin draait aan de ring en vraagt de geest het paleis en de prinses terug te toveren. Dat kan de geest niet. Wel kan hij Aladin naar het paleis toveren. Dat gebeurt en daar aangekomen weet Aladdin de tovenaar te verslaan en laat de geest uit de wonderlamp het paleis en de prinses weer terugbrengen. Hij trouwt met de prinses en ze leefden nog lang en gelukkig.